“De roep van het Leven”, Champagnatdag 24 juni 2017

Met een licht motregentje fietste ik de berg op naar de Westerhelling. De inspannende fietstocht brengt mij altijd al in verbinding met de mooie, goede en leerzame ontmoetingen die ik inmiddels al vaak heb mogen beleven bij de Westerhelling. De ontvangst in de hal van het fratershuis was allerhartelijkst met koffie/thee en wat lekkers. Zowel jong als oud, bekend en onbekend voor elkaar had zich verzameld voor deze feestelijke dag waarbij werd het 200-jarig bestaan van de Fraters Maristen, de opening van het labyrint en de presentatie van het boekje ‘ik vind zonder te zoeken’ gevierd werden. Gerard de Haan vertelde vanaf de statige trap in zijn openingstoespraakje dat er nog twee jubilea gevierd werden deze dag, maar dat we dat weer mochten vergeten, dat heb ik dan ook gedaan. Hij wenste ons een heilige dag met mooie ontmoetingen toe.

Met zo’n 100 Maristen-vrienden togen we naar de aula van de naastgelegen school om daar samen te vieren. In een zeer afwisselende viering werden we meegenomen in het thema ‘De roep van het leven’. Vele talenten van Maristen-vrienden kwamen hier aan het licht en zo kwam er verdieping en beleving in het thema van de dag. Het gelegenheidskoortje nam ons enthousiast mee in de treffende liederen die zowel religieus als pop waren en die allen gingen over het Leven. Ciska Berk nam ons van heel nabij mee op haar persoonlijke levenspad a.d.h.v. vier thema’s: Roep – het Leven roept!, Kiezen, Open staan en Op weg. Door haar persoonlijke verhaal met vallen en vooral weer opstaan, met luisteren naar het innerlijk en keuzes durven maken voelde ik me aangesproken en het deed mij kijken naar mijn eigen levensweg. Ik zag dat wat ook bezongen werd door Femke Bartling-Schuiling in het lied ‘vandaag ben ik gaan lopen’ en dan met name de zin ‘waar ik loop is van nu af aan een weg’, dat er al een heel pad achter me ligt. Daar waar ik wel eens denk: ‘wanneer begint het nu eens echt met die levensweg van mij’, zag ik nu dat er al een heel pad was gebaand en zo werd ik bemoedigd om mijn weg voort te gaan en om het met de woorden van Ciska te zeggen: ‘leven wie ik in werkelijkheid al ben’. Met de Eucharistie zongen we elkaar, geholpen door het koor, veelkleurig in canon de vrede toe.

Op het eind van de viering werd het boekje met de veelzeggende titel ‘ik vind zonder te zoeken’ gepresenteerd. Deelnemers van de Westerhelling hebben geschreven teksten beschikbaar gesteld voor dit boekje om de rijke inhoud ervan zo door te kunnen geven. De prachtige vormgeving doet de teksten helemaal tot hun recht komen. Een aantal aanwezige meewerkenden mochten de eerste exemplaren van het boekje in ontvangst nemen.

Daar waar van binnen de zon straalde in de viering, zo was het buiten inmiddels regenachtig geworden toen we ons naar het labyrint bij het Stiltehuis begaven. Maar blijkbaar had Gerard de Haan dit zo besteld want in zijn openingsspeech bij het labyrint, terwijl wij onder de beschermende beschutting van de bomen stonden, zei Gerard dat de hemelse regen het labyrint zegende. De maker van het prachtige labyrint, Gerard Löbker ontstak de grote Maristenkaars waarmee het labyrint officieel geopend was. Nu ligt er voor ons de uitnodiging dat ‘ons hoofd niet weet waar onze voeten ons hart in het labyrint zullen brengen’. En dat allemaal dankzij het veelvuldig uitspreken van Gerard de Haan zijn verlangen: ‘Zou het niet mooi zijn als…’ Zo zie je maar weer waar een verlangen toe kan leiden! Wat is het labyrint een aanwinst om aandachtig op weg te gaan!

We verplaatsten ons weer naar ons beginpunt van de dag: de hal van het fratershuis. Daar werden de vele mensen die een bijdrage geleverd hebben aan deze dag door Conny Stuart in het zonnetje gezet met applaus en een bon. Het labyrintduo Gerard & Gerard kreeg als dank een fotoboek met daarin het maakproces van het labyrint.

Ook werd de nieuwe folder ‘maristentafels’ gepresenteerd waarin de Westerhelling aan de hand van allerlei aanwezige tafels hun aanbod vertelt. Een ieder kreeg deze folder met het boekje ‘ik vind zonder te zoeken’ uitgereikt.

Tot slot was er een niet te overtreffen lopend buffet met veel gezelligheid, het deed denken aan een goede reünie.

Het was een feestelijke dag van vieren en ontmoeten. Ja, het was een heilige dag!

 

Elisabeth Luurtsema