Ervaringen van een deelneemster

Mijmerend terugkijkend op de bezinningsdagen in juni j.l. in LHermitage (Frankrijk), het eerste klooster van de Fraters Maristen

Er is veel te schrijven over de reis, de gebeurtenissen, interacties en bezinning.

Verschillende plaatsen op en rond l’Hermitage hebben me bewogen. Laat ik daar eens mee beginnen, als houvast.

Plaatsen zijn belangrijk voor me. Ik voel de verschillen duidelijk. Een open plek in het bos, voelt anders dan een open plek in het park. De tafel van het Stiltehuis op de Westerhelling voelt natuurlijk anders dan de tafel in een café, of zelfs anders dan de tafel van LaValla. Elke plek heeft haar eigen kwaliteiten en beweegt mij op een andere manier. En soms zijn er ook opvallende overeenkomsten tussen de plaatsen.

LHermitage.

Wanneer wij na ruim 10 uur reizen uit het busje stappen, en voet in deze groene vallei zetten, ben ik verrast en verwonderd door de schoonheid, de diepte en de rijkheid! Ciska zegt ook meteen: “Wat ruikt het hier lekker hè?”. Ja, een heerlijke frisse zoete geur! We staan nu op de plek die Marcellin Champagnat heeft gekozen om het klooster te stichten. Ik voel me klein bij de grote gebouwen en de hoge hellingen van dit rivierdal: een mooi gevoel van kleinheid.

De rivier, de Gier 

die door de vallei stroomt en zelfs tussen de tweehoofdgebouwen door, welke met een loopbrug zijn verbonden. De onophoudelijke stromende rivier, waar mensen uit dronken, hun kleding wasten en gewassen mee water gaven. De rivier die wij nu elke dag meerdere keren overgaan, en waar we ons verzamelen voor een wandeling.

De rivier die we volgen naar La Valla. Tijdens ons stiltemoment horen we haar klateren op de achtergrond, alsof er continu levensenergie aangevoerd wordt.

Het portret van de stichter Marcelin Champagnat, dat direct na zijn overlijden is geschilderd -zoals dat toentertijd gebruikelijk was, intrigeert me. Bij ons gezamenlijke stiltemoment in de ruimte waar hij ook gestorven is en zijn bed nog staat, hangt het schilderij achter me, en kijkt de ruimte in. Onze voeten leunen op de houten planken van de vloer en door het open raam klinkt de kabbelde rivier en gefluit van vogels. Het schilderij voelt als een warmtebron in mijn rug. De diepe hartelijkheid is voelbaar, alsof zijn hart als een zon naar alle kanten uitschijnt. De bereidheid om te geven, de armen wijd, vanuit ontvankelijkheid… dringt tot me door.

De begraafplaats

Geen kerkhof heb ik zo licht en sereen ervaren, als deze.
Dat zegt wellicht iets over de vrede die ik inmiddels met de dood heb. En waar ik me nu bewust van word. Wel twee uur breng ik er door, in dankbaarheid, de verschillende hoekjes van de begraafplaats verkennend.

Van een donkere hoek met in een rots een kapelletje, tot de plaatsen in de felle zon. Ook hier is de Gier onophoudelijk hoorbaar.

Ik ben me bewust van mijn (voor)ouders, dankzij wie ik er ben, het leven dat ze me hebben geschonken. En ik voel de geschiedenis van deze plek. Paradijselijk, al deze zielen, schreef ik in de zon in mijn schrift.

Dit zijn de mensen die de huidige fraters zijn voorgegaan. Dit zijn de mensen die ons zijn voorgegaan. Het harde werk dat zij hebben verricht. De vele liefde. Dat is voelbaar en steunend. Het besef van de rijkdom van een traditie als deze.

Ik denk direct aan de heilige kelderruimte met de foto’s van overleden fraters op de Westerhelling. Door daar aanwezig te zijn, weet ik me opnieuw verbonden met een gemeenschappelijke diepere bron. Niet meer mijn bron, zoals ik daar blijkbaar eerder naar verwees, maar onze bron. Iets dat voorbij het “mijn of “ons” gaat. 

De sneeuwstorm

We bezoeken de plek waar Marcellin Champagnat verdwaalde in een sneeuwstorm. Hij werd er gered door de boer die daar toen woonde en die die avond bij toeval met een lichtje een rondje om zijn boerderij maakte. Nu staat er een ruïne in de felle zon. Ik krijg kippenvel als ik me de plek herinner.

Leunend tegen de oude ruïnemuur schrijf ik een paar zinnen in mijn logboek, over mijn dwalende leven. En daarna voel ik hoe het niet meer nodig is daar lang naar te kijken. Ineens kijkt een bokje op een paar meter afstand mij aan. Hij is van achter de ruïnemuur tevoorschijn gekomen. Ik kijk in de donkerbruine ogen: “Ik leef en het is goed zo”, en hij gaat weer. Ja, dat ik nu nieuw vertrouwen heb en nu leef! Het bokje komt nog eens en gaat weer, in stilte… en dan komt Maaike, zo fris en licht…en we delen onze overwegingen en herkenning en daarmee ook het begrip, dat het kan, dat het er beide is: het donker en onze levenslust!

De tafels

En waarom noem ik nu de tafel in La Valla niet meteen? Tijdens het laatste stilteweekend in het Stiltehuis heb ik vanaf de ovale tafel vaak naar haar foto gekeken. Nu zie ik haar in het echt, dat is erg leuk en ook een beetje spannend. Hoewel het bijzonder is, blijft de ervaring die wij op deze reis als groep aan tafel met de fraters hebben, mij meer bij dan de tafel die er ter bezichtiging staat. In La Valla worden wij bij het middagmaal uitgenodigd door de Fraters die er wonen…met wijn, bier, verse Franse kaas… Ook in L’Hermitage komen de fraters ons regelmatig groeten en eten brengen. De gastvrijheid, die wij ook van Frater Jacques, Frater Gerard en de andere frater op de Westerhelling ervaren, is bijzonder. De kalmte waarmee wij van een overvloed aan heerlijke hapjes worden voorzien, heeft een prachtige doorwerking op onze groep. De zorg voor elkaar groeit.

Het bos – de grote wandeling

Ik denk dat elk mens ook zijn voorkeurslandschap heeft. Ik in elk geval wel.

Hoewel ik het wandelen langs de uitgestrekte groenblauwe stuwmeren prachtig vind, merk ik dat wanneer wij door de bergen met oude dennenbossen wandelen, ineens mijn hele lichaam ontspant.

Diepe ademteugen, stevige bosgrond onder mijn voeten en m’n schouders zakken. Het water van stroompjes, die soms ook ons wandelpad kruisen, de geluiden van watervallen op de achtergrond en de zon die tussen al het groen doorschijnt. Af en toe is er een open plek met allerlei lage gewassen, een wijds uitzicht over de heuvels of een dorpje. O, natuur met vruchtbare gronden, hier voel ik me thuis.

Ja, gewortelde grond onder mijn voeten blijkt belangrijk voor me. De dag in het rijdende busje en de volgende ochtend met het busje omhoog, maakt me warrig en humeurig. Ik oefen me om mijn innerlijke rust te vinden, maar dat valt niet mee. De lange wandeling blijkt opnieuw energie gevend. Stap voor stap voor stap… m’n lichaam geniet van de beweging.

Nu blijven nog vele plekken onbenoemd. Zoals de helling met halverwege haar laan met platanen en hogerop een rotswand, waar vlinders in het hoge gras fladderen en nog een kruis dat op een top staat.

Vanuit mijn slaapkamerraam zie ik schuin onder mij een klein houten bouwwerkje, waarvan ik de naam niet weet. Het staat naast de oude bel. Een plek van rust. Ik kan me niet herinneren dat ik daar iets heb gedacht, ach natuurlijk wel, het straalt rust uit, dat bedoel ik te zeggen. En nog zoiets bijzonders, het rode kruis, onderweg van L’Hermitage naar LaValla. Wat daar wel niet is gebeurd…?!

De Westerhelling

De diepe aardse kalmte en de hemelse aanwezigheid. Ik voel me stilletjes ontroert om weer op de Westerhelling aan te komen.

Ik noem het even en als Jacques vraagt hoe dat komt, weet ik het niet zo goed. Maar de vraag blijft me bij en laat ik nog wat met me meelopen. Het is alsof de plek (met de fraters, Clara, het Stiltehuis) me het gevoel geven dat ik daar mag zijn. Wat is er mooier dan dat. Vruchtbare grond!

Hoewel ik me besef dat alles wat we ervaren, ook een innerlijke ervaring is en ik toch altijd m’n best doe om plekken, momenten of mensen niet belangrijker te maken dan wat er nu is, voelt het wel heel fijn dit te benoemen.

En nu, nu, hier in de boomgaard begint het te schemeren, de koeien staan in de verte, de lucht is afgekoeld. De wolken in het westen zijn rose gekleurd en ik volg het wandelpad.

Even twijfelde ik of ik mijn verhaal zou insturen, immers ik had het niet geschreven met de bedoeling het te laten lezen. En dat wat je ervaart in de blik van een kalf, een bokje, een reisgenoot, is niet gemakkelijk over te brengen. Maar toen dacht ik het is een ervaring, en wie het wil mag het lezen. En juist hierom: omdat er zoveel is bewogen, het leeft!

Nogmaals, ieder die dit heeft mogelijk gemaakt, bedankt voor deze mooie reis.